Wat ik de koning zou laten zeggen

Vanavond spreekt de koning het land toe in de corona-crisis. Ik heb de afgelopen tijd veel nieuws over het virus gevolgd. Als ik de tekstschrijver voor de koning was, zou ik hem dit laten zeggen.

Vergeetmenietjes

Landgenoten,

Er waart een griezelige ziekte door de wereld. Door die ziekte gaan mensen dood. Alleen al in Nederland zijn de afgelopen weken honderden mensen overleden aan de gevolgen van deze ziekte. Artsen in ziekenhuizen verwachten een nog veel groter aantal zieken en ook sterfgevallen. Daarom zet men in ziekenhuizen nu alles op alles om voorbereid te zijn.

Natuurlijk gaan onze gedachten uit naar de mensen die nu – door deze ziekte – iemand moeten missen die ze dierbaar is. Ieder geliefd mens wordt omgeven door anderen. Verdriet door gemis wordt door veel nabestaanden omschreven als pijn.

Deze toespraak is bedoeld om onnodige pijn te voorkomen, en draagt ook bij aan het verzachten van pijn waar we niet onderuit zullen komen.

Het voorkomen van onnodige pijn hangt samen met het bestrijden van de ziekte. Als er minder mensen sterven, volgt er minder gemis.

Omdat de ziekte nieuw is, zijn wetenschappers hard bezig om kennis te verzamelen. Dat gaat snel, maar het kost veel tijd. En soms worden eigenschappen van het virus ontdekt die ingaan tegen wat eerder bekend was.

Over deze dingen zijn wetenschappers het nu eens.
De ziekte heeft de vorm van een virus. Dat betekent dat mensen elkaar kunnen besmetten met de ziekte.
Sommige virussen gaan dood als ze buiten een warm lichaam zijn. Dit coronavirus kan in de lucht overleven, in kleine druppeltjes, en kan zich dus op deze manier verspreiden.
Zelfs nadat zo´n druppeltje terecht is gekomen op koude kartonnen, metalen of plastic oppervlakken, blijft het nog een tijdje in leven.

Het virus nestelt zich graag in de longen van mensen.
Als je hoest, proest of kucht, dan vliegen de virusdeeltjes je mond. De druppeltjes zullen ook op je handen zitten, en achterblijven op alles wat je aanraakt.

Je kunt het virus hebben zonder dat je daar erg ziek van wordt. Een snotneus is soms het enige wat je van het virus merkt. Die virusdeeltjes kunnen dan met je adem mee uit je mond komen. En iemand anders kan daar dan ziek van worden.

Dit is de reden waarom we echt afstand van elkaar moeten houden.
Wetenschappers hebben vochtdruppeltjes met virusdeeltjes vooral gezien binnen de afstand van een meter van iemand die besmettelijk is. Als iedereen anderhalve meter afstand houdt, kan het virus zich dus veel minder goed verspreiden.

Een ander advies is handen wassen. Als we met onze vingers een voorwerp aanraken met virusdeeltjes, kunnen we onszelf tegen besmetting beschermen door de handen schoon te maken.
We zijn erg gewend om met onze handen aan onze mond, neus, ogen, of gezicht te komen. Dat doen we ieder uur tientallen keren. Zo smeren we onszelf in met virusdeeltjes. Niet doen. Handen wassen, vaak handen wassen, helpt om ons, én de mensen om ons heen, te beschermen tegen het virus.

En omdat we de virusdeeltjes ook kunnen verspreiden als we weinig klachten hebben, moeten we heel alert zijn op lichte klachten. Niezen? Hoesten? Koorts? Loopneus? Bescherm dan je omgeving en blijf binnen.

De afgelopen dagen zijn al maatregelen genomen om ouderen te beschermen. De meest kwetsbare ouderen, in verpleeg- en verzorgingshuizen, mogen tijdelijk minder of zelfs geen bezoek ontvangen.

Om verspreiding tegen te gaan moeten scholieren hun lessen vanuit huis volgen, is horeca dicht en hebben allerlei andere bedrijven hun werkzaamheden moeten aanpassen.

Dat is vervelend voor de mensen die getroffen worden. Maar het is een luxe probleempje vergeleken met de ellende die we aanrichten als we ons er niet aan houden.

Alle maatregelen zijn bedoeld om de uitbraak van het virus zo langzaam mogelijk te laten gaan.

Dat ´zo langzaam mogelijk´ heeft te maken met de ziekenhuizen. Geen enkel land heeft voor iedere burger een intensive care bed klaarstaan. Op basis van inschattingen van experts én van wat ons volk overheeft voor gezondheidszorg, is in de afgelopen jaren de capaciteit van ziekenhuizen bepaald. Voor onze 17 miljoen Nederlanders kunnen we maximaal 2 duizend bedden klaarzetten op de intensive care.
Gelukkig komt niet iedere patiënt in het ziekenhuis, en niet iedere ziekenhuispatiënt op de intensive care.

Laten we elkaar nu niet – letterlijk of figuurlijk – in de haren vliegen over ‘is het wel genoeg’ want dat vertraagt ingrijpen en maakt de problemen alleen maar groter.

Laten we doen wat we kunnen.

We kunnen zorgen voor elkaar door zelf binnen te blijven als we klachten hebben, en te niezen in de elleboog.
We kunnen zorgen voor elkaar door ons te houden aan die leefregels, afstand houden, handen wassen.
We kunnen zorgen voor elkaar door hulpverleners en andere belangrijke beroepen, te ondersteunen, al is het maar moreel.

Dat is het minste wat we als samenleving kunnen doen om de pijn van onnodig gemis te voorkomen.

Als we niet uitkijken, ontstaat er nog meer pijnlijk gemis, en ik wil benadrukken dat we daar wat aan kunnen doen. Dat ontstaat wanneer mensen elkaar in de steek laten. Letterlijk, maar ook in sociaal opzicht.

We kunnen zorgen voor elkaar door contact te houden met elkaar door bellen, beeldbellen, mailen, of zwaaien. We kunnen zorgen voor elkaar door zieken een handje te helpen met dagelijkse boodschappen of de hond uitlaten. We kunnen zorgen voor elkaar door de focus te leggen op wat echt belangrijk is: het er voor en met elkaar zijn.

Het is goed dat de overheid mensen helpt die in het gedrang komen nu de economie afremt.
Het is goed dat banken nu bedrijven te hulp schieten die het moeilijk hebben.
Het is mooi om te zien hoe allerlei initiatieven ontstaan om via social media, oog te hebben voor elkaar. Elkaar een luisterend oor te lenen.

Dat hoeft niet veel geld of tijd te kosten. En het draagt bij aan het welzijn van de hele maatschappij.

Iedereen heeft zo zijn eigen manier om voor anderen te zorgen. Dat maakt onze samenleving zo bijzonder.

Maar laten we niet vergeten ook uit te rusten. Een zieke patiënt heeft rust nodig om het lichaam te laten herstellen en op krachten te komen. Een door angst verziekte geest heeft behoefte aan ontspanning.

Niet voor niets hebben mensen het vermogen om te genieten van het mooie in het leven: de mensen die we liefhebben, vriendschappen, de mooie dingen die we kunst noemen. De wereld om ons heen.

Wij kunnen onszelf en elkaar een hart onder de riem steken. Door mooie dingen te delen, door – ook nu – echt te willen horen wat anderen te zeggen hebben.
De mooie dingen te willen zien die er te zien zijn.

Iedereen kan hieraan bijdragen.

De lente laat zich niet stoppen. De wereld draait door.

Laten we voorkomen dat we zelf, of elkaar doldraaien. Volgens wetenschappers gaat het nog maanden of zelfs jaren duren voordat de mensen in dit land voldoende weerbaar zijn tegen dit virus.

Met de bestrijding van pijn door isolement, kunnen we direct beginnen.

Deel daarom deze toespraak, en bel iemand waarvan u denkt dat die u weleens zou kunnen missen.

En vertel aan elkaar wat u mooi vindt.

Zo kunnen we elkaar de kracht geven die onze maatschappij zo hard nodig heeft om door deze rare tijd te komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *